Minister Ollongren verplicht hernieuwbare energie bij renovaties

Eind maart melde Minister Ollongren dat het kabinet per 30 juni 2021 vastlegt dat bij ingrijpende renovaties een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie moet worden opgewekt. Dit kan bijvoorbeeld door middel van warmtepompen, zonnepanelen of zonnboilers. De verplichting komt voort uit de Renewable Energy Directive II (een EU-richtlijn) en geldt alleen wanneer de verwarmings- of koelinstallatie deel uitmaakt van de ingrijpende renovatie. 

Vanaf 30 juni 2021
Naar aanleiding van Kamervragen van VVD-Kamerlid Daniel Koerhuis meldt minister Ollongren nu dat nog dit jaar de daadwerkelijke implementatie volgt van een eis voor een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie. ‘De REDII bevat een verplichting voor lidstaten om een hoeveelheid hernieuwbare energie voor te schrijven bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie’, duidt Ollongren. ‘Voor een deel is deze verplichting al geïmplementeerd. Voor nieuwbouw geldt namelijk vanaf 1 januari 2021 een eis voor de minimumhoeveelheid hernieuwbare energie via het Besluit BENG. Voor ingrijpende renovatie is er op dit moment nog geen eis in de regelgeving opgenomen. Hiervoor volgt nog een wijzigingsvoorstel dat nog aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd.’

Op grond van de herziene EU-richtlijn hernieuwbare energie geldt voor Nederland een uiterste implementatiedatum van 30 juni 2021. De wijziging van het Bouwbesluit 2012 wil minister Ollongren daarom op 30 juni 2021 in werking laten treden.

Verschillende technieken
Eerder dit kwartaal rondde minister Ollongren de consultatie af van de benodigde wijziging van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving, waarin de eis voor hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie wordt vastgelegd.

In een toelichting op die wijziging schreef minister Ollongren al dat er verschillende technische oplossingen beschikbaar zijn om aan de minimumeis voor een hoeveelheid hernieuwbare energie te voldoen. Het is aan betrokken partijen, zoals projectontwikkelaars, gebouweigenaren en architecten, om invulling te geven aan de manier waarop voldaan wordt aan de verplichting. Naast zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers zijn er nog meer oplossingen denkbaar. Ollongren hierover: ‘Het verschilt per technische oplossing en per type gebouw hoeveel de technische oplossing bijdraagt aan de hernieuwbare energie in een gebouw. Verder dient de hernieuwbare energie op grond van de NTA 8800 te worden opgewekt op het perceel om invulling te geven aan de minimumeis. Aanvullend hierop wordt ook hernieuwbare energie of restwarmte of -koude uit gebiedsmaatregelen met een directe fysieke koppeling met het gebouw, zoals een lokaal warmtenet, in deze minimumeis gewaardeerd.’

Zonnepanelen maatgevend
De verplichting voor een minimumhoeveelheid hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie levert volgens de minister ook baten op. ‘Zowel pv-panelen als een warmtepomp zorgen voor een lagere energierekening door minder elektriciteitsafname uit het net of door energie te besparen. De terugverdientijd van zonnepanelen, de maatgevende techniek om de hoogte van deze eis te bepalen, is gemiddeld 7 tot 12 jaar bij eengezinswoningen, 6 tot 9 jaar bij gebouwen met meergezinswoningen en 11 tot 20 jaar bij utiliteitsgebouwen.’

Definitie ingrijpende renovatie
Nederland heeft bij de implementatie overigens de keuze uit 2 manieren om de definitie van ingrijpende renovatie vast te leggen. De eerste mogelijkheid is een methodiek waarbij uitgegaan wordt van 25 procent van de waarde van het gebouw, de tweede een methodiek waarbij wordt uitgegaan van 25 procent van de oppervlakte van de gebouwschil die wordt gerenoveerd. Nederland heeft voor de oppervlaktemethode gekozen.

Dit betekent dat er sprake is van ingrijpende renovatie wanneer meer dan 25 procent van de oppervlakte van de gebouwschil wordt vernieuwd, veranderd of vergroot, en deze vernieuwing, verandering of vergroting de integrale gebouwschil betreft. Er zullen ook renovaties zijn die niet voldoen aan deze definitie van ingrijpende renovatie, omdat de aanpassingen geen betrekking hebben op de integrale gebouwschil. Voorbeelden hiervan zijn: na-isolatie van een spouwmuur, na-isolatie van enkelsteens buitenmuren aan binnen- of buitenkant, na-isolatie onder dakpannen of tegen het dakbeschot.

Alleen bij aanpassing verwarmings- of koelinstallatie
Bovendien geldt de verplichting voor een minimumhoeveelheid hernieuwbare energie dus alleen wanneer de verwarmings- of koelinstallatie(s) deel uitmaakt van de ingrijpende renovatie. Hiermee wordt voorkomen dat wanneer een gebouweigenaar (minimaal) 25 procent van de gebouwschil integraal vernieuwt, hij om die reden verplicht wordt om de installatie(s) aan te passen vanwege de minimumeis voor hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie. Dit zou volgens de minister namelijk tot onnodig hoge kosten kunnen leiden wanneer de installatie nog een economische of technische levensduur heeft en niet hoeft te worden aangepast.

Kortom, in beginsel geldt de eis voor een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie straks alleen voor alle bestaande gebouwen die ingrijpend gerenoveerd worden en waarbij de verwarmings-of koelinstallatie(s) deel uitmaakt van de renovatie, zowel voor woningbouw als utiliteitsbouw.

Uitzonderingen
Op de verplichting zijn bovendien een aantal uitzonderingen van toepassing, bijvoorbeeld voor bouwwerken die aangesloten zijn of aantoonbaar binnen 3 jaar na de renovatie aangesloten worden op een warmtenet.

Ook geldt de verplichting niet wanneer de maatregelen die genomen moeten worden om aan de eis te voldoen niet binnen 10 jaar kunnen worden terugverdiend. In dat geval moet echter wel de maximale hoeveelheid hernieuwbare energie worden gerealiseerd die met maatregelen kunnen worden gerealiseerd die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar.

 

Alle rechten voorbehouden: Solar Magazine, Edwin van Gastel en Marco de Jonge Baas