Veel gestelde vragen

Hier vind je alle meest gestelde vragen in een overzicht.

Toon alle vragen Zonnepanelen Infrarood panelen LTV Vloerisolatie Warmtepomp Zonneboiler Isolerend glas Gevelisolatie Dakisolatie

Er zijn flinke prijsverschillen tussen bedrijven, dus prijzen vergelijken loont. Vraag meerdere offertes aan. Zorg dat de bedrijven bij je huis komen voor een inspectie en een offerte op maat. Vergelijk de prijzen en kijk goed naar wat er wel / niet in de offerteprijs is meegenomen. Let bijvoorbeeld op:

  • installatiekosten
  • omvormer
  • elektrawerk
  • garantie

Bekijk of de berekening van de opbrengst duidelijk is. Installateurs rekenen met verschillende energieprijsstijgingen om de terugverdientijd uit te rekenen. Kijk niet alleen naar de aanschafkosten maar (vooral) ook wat het systeem gaat opbrengen.

Kijk ook naar keurmerken

Vergelijk de zonnepanelen en let daarbij op de specificaties, het keurmerk en de producent van de panelen. Ga niet voor minder dan 10 jaar 90% vermogensgarantie en 25 jaar 80% vermogensgarantie, 10 jaar productgarantie en een minimale levensduur van 25 jaar. Kies alleen voor panelen met een certificaat, bijvoorbeeld het TÜV-ID certificaat. De producent is maatgevend, niet het land van herkomst. Merkloze panelen zijn goedkoper, maar hebben niet altijd dezelfde kwaliteit als panelen van de grotere merken. Let ook wat er onder fabrieksgaranties valt en onder (bij te kopen) garanties van de installateur.

Licht je energieleverancier in

Licht op tijd je energieleverancier in, zodat deze niet in verwarring komt door het plotselinge lagere energieverbruik en de teruggeleverde stroom. Aanmelden kan via deze link.

Nee. Zowel gemeenten als de rijksoverheid hebben hiervoor geen tegemoetkoming.

Ja dat kan heel goed. Bijvoorbeeld aan het plafond of de muur.

Haal je het paneel zelf in een winkel, let dan op de IP-klasse. Dit geeft aan hoe goed een apparaat tegen vochtige lucht kan.

Een infrarood paneel heeft een glazen, keramische of metalen plaat met daarin een halfgeleider verwerkt. Nadat deze warm is geworden komt er na enkele minuten infrarode straling uit, dat een object in de ruimte bestraalt en verwarmd (max. 3 meter ver). De lucht in de ruimte blijft echter koud waardoor geen convectie ontstaat. Een infrarood paneel heeft een beperkte reikwijdte. Wanneer je daaruit weg loopt ervaar je meteen kou omdat de lucht niet is verwarmd.

Je kan de soort warmte vergelijken met de ervaring wanneer je in de zon zit.

Het is mogelijk maar niet aan te raden. Infrarood panelen zijn bedoeld als bijverwarming. De infraroodstraling warmt geen lucht op waardoor het vocht in de woning niet goed weg kan.

Daarnaast verbruiken infrarood panelen redelijk wat stroom en zijn ze moeilijk te reguleren qua temperatuur en kunnen er koude zones in huis zijn, net buiten het bereik van de panelen.

De ventilatoren zijn vergelijkbaar met die in een computer zitten. Je hoort ze nauwelijks.

 

Het is soms mogelijk om een lage temperatuur warmtepomp te koppelen aan de bestaande hoge temperatuur radiatoren. Er moeten dan wel ventilatoren onder worden geplaatst die de luchtstroom op gang houden omdat de temperatuur te laag is voor genoeg convectie.

Dit kan alleen bij goed geïsoleerde woningen.

Woningen die goed geïsoleerd zijn kunnen prima verwarmd worden met lage temperatuur verwarming (LTV). Dit is simpel te testen door de CV-ketel als test in de winter op 50 graden in te stellen. Blijft het aangenaam in de woning over een langere periode? Dan kun je LTV kiezen. Blijft het niet aangenaam warm? Dan kun je mogelijk beter isoleren of kiezen voor HT (hoge temperatuur) verwarming. Er zijn ook HT-warmtepompen.

Voordelen:

  • Lager energieverbruik dan hoge temperatuur radiatoren
  • Geen zichtbare radiatoren
  • Comfortabeler door de gelijkmatige verwarming
  • Constante temperatuur
  • Minder tocht
  • Minder zwevend stof
  • Nuttig bij toekomstige overstap naar een lage temperatuur warmtepomp

Nadelen:

  • Langzaam bij opwarmen van een koude woning
  • Hoge installatiekosten

Er zijn twee soorten lucht-water warmtepompen namelijk de monoblock en split-unit.

Bij de monoblock uitvoering zit zowel de verdamper als de condensor in de buitenunit met de ventilator. Hierdoor is de buitenunit een stuk groter dan bij een spit-unit. Bij de spit-unit zit de verdamper in de buitenunit bij de ventilator en de condensor aan de binnen unit.

Bij een monoblocksysteem worden geen koelleidingen gebruikt. De buitenunit moet daarom zo dicht mogelijk tegen de woning staan. Bij dit type is het mogelijk voor bedrijven zonder STEK-certificaat de montage en onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Wanneer er in de woning weinig ruimte is kan het monoblocksysteem uitkomst bieden omdat het grootste gedeelte van de warmtepomp buiten de woning staat.

Bij de split-unit worden wel koelleidingen geplaatst wat het mogelijk maakt om de ventilator verder van de woning te plaatsen; bijvoorbeeld achter de schuur, in de tuin. Op die manier kan je eventueel geluid wat afschermen (let wel op de buren). De split-unit lijkt wat op de airco units die je vaak in het buitenland ziet.

Bij een transmissieberekening komt een bepaald vermogen naar voren die benodigd is. Wanneer je een bodem warmtepomp wilt installeren zal men kiezen voor een iets lager vermogen dan uit de berekening naar voren komt, bijvoorbeeld 0,8. Dat noemt men de bèta-factor. Een bèta-factor van 0,8 wil zeggen dat de warmtepomp op 80% van het benodigde vermogen wordt ingezet.

Op de dagen dat het te koud is (lager dan -10 graden C) kan de warmtepomp geen warmte afgeven en zal op de overige dagen een elektrisch verwarmingselement in de warmtepomp bijverwarmen. Bij de lucht-water warmtepompen zal nagenoeg altijd voor de bèta-factor 1 worden gekozen (100%).

Door een transmissieberekening wordt de warmtebehoefte van de woning bij extreme temperaturen berekend. Er kan dan exact worden nagegaan welk verwarmingsvermogen nodig is om de woning zo optimaal mogelijk te verwarmen in kW. Warmteverliezen van binnen naar buiten en alle bijbehorende factoren die een rol spelen worden daarin meegenomen. Denk hierbij aan de isolatiewaarde (Rc), ventilatiesysteem, gebruiksoppervlakte, tapwaterverbruik en type warmteafgiftesysteem.

Warmtepompen zijn zeker efficiënt. De een echter meer dan de ander. Dit heeft voornamelijk te maken met de bron. Een bodemwarmtepomp heeft een hoger rendement dan een systeem dat de warmte uit de lucht haalt. De bodemwarmte is namelijk veel constanter dan die in de buitenlucht. Maar ook de gevraagde afgiftetemperatuur, eventueel extra elektrisch verwarmingselement en de bèta factor bepalen hoe efficiënt de warmtepomp is.

Seasonal Coëfficient Of Performance.
Hoe efficiënt een warmtepomp is wordt uitgedrukt in de (S)COP factor. Dit staat voor (Seasonal) Coëfficient Of Performance. Voorbeeld: de warmtepomp heeft een COP van 4, dan betekent dat wanneer men er 1 kWh aan energie in stopt, de warmtepomp 4 kWh aan warmte kan produceren. Kies je een lucht-water warmtepomp dan is de SCOP echter belangrijker dan de COP. De temperatuur in de buitenlucht fluctueert per seizoen namelijk fors. De SCOP geeft hiervan het gemiddelde rendement.

Onderhoud is bijna niet nodig. Er hoeven namelijk geen bewegende delen of branders vervangen te worden. Alleen de compressor moet periodiek worden gecontroleerd, hiermee wordt de levensduur en energiezuinigheid gewaarborgd, waardoor je er zeker van kunt zijn dat het rendement goed blijft. Het tarief daarvoor is vergelijkbaar met controle van de cv-ketel.

De bodemwarmtepomp gaat over het algemeen 20 – 30 jaar mee. De overige warmtepompen zo tussen de 10 á 20 jaar.

Afhankelijk van het type dat je nodig hebt; op zolder naast de cv-ketel, op de plek van de verwijderde cv-ketel, bijkeuken of schuur.

Wanneer je een bodemwarmtepomp aanschaft heb je te maken met een meldingsplicht. Soms mag je niet boren vanwege een waterwingebied. Via de WKO Tool is te zien of je locatie in een waterwingebied ligt. Per gemeente kan dit erg verschillen. Doe de vergunningscheck via je gemeente.

Bij een bodem warmtepomp wordt er nauwelijks geluid geproduceerd. Bij de buitenunits van de lucht-water en lucht-lucht warmtepompen echter wel.  Dit zit, afhankelijk van het type en vermogen, tussen de 45 en 65 dB. Dat is te vergelijken met een koelkast.

Bij het bepalen van de locatie voor de buitenunit is het raadzaam om rekening te houden met je eigen terras en de buren. Mocht je of de buren het geluid toch niet aangenaam vinden, dan kun je een speciale geluiddempende kast om de buitenunit laten plaatsen. Dit heeft geen invloed op de prestatie van de warmtepomp. Bouw vooral geen eigen geluidskast want dan kun je de luchttoevoer wel eens heel erg belemmeren en gaat de warmtepomp stuk.

Momenteel zijn er diverse warmtepompen op de markt:

  • Grond-water warmtepomp
  • Water-water warmtepomp
  • Lucht-water warmtepomp
  • Lucht-lucht warmtepomp
  • Hybride warmtepomp
  • Warmtepomp-panelen

Daarnaast kunnen warmtepompen een lage temperatuur afgifte hebben of een hoge temperatuurafgifte.

Grond – water (bodem) warmtepomp

Bij dit type warmtepomp wordt een gesloten buis in de bodem geplaatst. Dat kan horizontaal vlak onder maaiveld maar meestal wordt een verticale diepe boring gedaan waar de buis in een lus word geplaatst.  Door deze lus loopt een vloeistof met antivries (glycol/brine) of gedemineraliseerd kraanwater, die warmte uit de grond haalt. Deze laagwaardige warmte wordt door de warmtepomp omgezet in hogere temperatuur warmte die vervolgens gebruikt word voor verwarming en tapwater in de woning. Voor de boring in de grond is wel een speciale boorwagen nodig waardoor de investering vaak hoger uitvalt dan andere typen warmtepompen. De bodemwarmtepomp behaalt echter de beste resultaten ten overstaande van andere typen.

Water-water warmtepomp

Bij dit type warmtepompen wordt de warmte uit oppervlaktewater of grondwater gewonnen. Er zijn twee bronnen nodig voor dit type waaruit grondwater wordt gepompt. Hier wordt grondwater omhoog gepompt waaruit de warmte wordt gehaald. Het afgekoelde water wordt in de andere bron gepompt. Dit type wordt een ‘open’ bron genoemd (ook wel WKO genaamd). Om de bodem niet te verstoren wordt de warmte- en koudevraag in balans gehouden. De woning koelen in de zomer is daarom noodzakelijk om de bron op te laden.

Lucht-water warmtepomp

Deze warmtepomp haalt de warmte middels een ventilator uit de buitenlucht of ventilatielucht; ook in de winter. De onttrokken warmte wordt via een verdamper, de compressor en condensor omgezet in warm water voor verwarming en tapwater.

Lucht-lucht warmtepomp

Net als bij de lucht-water warmtepomp wordt de warmte via een ventilator uit de buitenlucht gehaald. De warmtewisselaar haalt de warmte uit de buitenlucht en geeft dit direct af aan de binnen lucht van de woning (luchtverwarming) via diverse kanalen. Dit type warmtepomp kan vaak ook als airco worden ingezet om te koelen. Dit systeem word veel toegepast in studio’s of hotelkamers aangezien het geschikt is om één ruimte te verwarmen of te koelen.

Hybride-warmtepomp

Hier wordt een hybride luchtwarmtepomp gecombineerd met de CV-ketel. Het grootste gedeelte van het jaar zorgt de warmtepomp voor de verwarming van de woning. Alleen voor tapwater en verwarming van het huis bij erg koude dagen wordt de CV-ketel gebruikt als naverwarmer. In sommige gevallen levert de hybride warmtepomp zelf ook warm tapwater.

Dit type kan bijna in alle woningen worden toegepast. De isolatiegraad is wat minder belangrijk. Lage temperatuur verwarming is geen randvoorwaarde om dit type te installeren.

Warmtepomppaneel

Dit is een speciaal type PVT-paneel dat werkt in combinatie met een warmtepomp. Dit paneel levert zowel elektriciteit als warmte. Aan de bovenzijde zitten de zonnecellen zoals op een zonnepaneel. Aan de achterzijde zit een warmtewisselaar die warmte uit de lucht haalt. Doordat de warmtewisselaar warmte onttrekt levert dit ook een voordeel op voor de zonnecellen omdat die een beter rendement halen onder koelere omstandigheden. De elektrische energie die door de warmtepomp gebruikt wordt direct door de zonnecellen opgewekt.

Een warmtepomp verwarmt je woning en zorgt daarbij voor warm (tap)water. De warmtepomp vervangt- of vult de cv-ketel aan en kan worden aangesloten op het centrale verwarmingssysteem. De warmtepomp haalt energie (warmte) uit de natuurlijke omgeving (lucht, water of bodem) en doet dat heel efficiënt. Door het stroomverbruik van de pomp zal je elektriciteitsverbruik stijgen. Het aardgasverbruik daarentegen zal dalen of zelfs afnemen tot nul. Daarmee daalt de Co2 uitstoot van je woning.

Met sommige warmtepompen is het ook mogelijk om de woning te koelen op warme zomerse dagen.

Kijk hier voor alle financiële mogelijkheden of bel voor de meest actuele status met het loket op: 085-7920158.

Bij een zonneboilersysteem bedoelt voor tapwater bespaart 5 a 10% op de totale energielasten. Dit is echter sterk afhankelijk van het warm tapwatergebruik en aantal inwoners. Indien de zonneboiler aangesloten is op het verwarmingssysteem kan de besparing flink hoger uitvallen.

Een zonneboilersysteem is vergunningsvrij mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • De collector moet op of aan een gebouw worden geplaatst
  • De energie opwek moet bedoelt zijn voor het gebouw waar hij op staat of ligt. Een collector op de garage/schuur mag ook vergunningsvrij worden geplaatst mits deze op hetzelfde perceel staat als de woning
  • Schuin dak. 1. de collector mag niet buiten het dakvlak uitsteken. 3. de collector moet in of direct op het dakvlak worden geplaatst. 3. de hellingshoek moet hetzelfde zijn als van het dak.
  • Plat dak. 1. de collector moet net zo ver van de dakranden staan als dat de collector hoog is. 2. de hellingshoek mag niet meer zijn dan 35 graden.
  • De collector mag niet worden geplaatst op een monumentaal pand of een door het Rijk, gemeente of provincie aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht.

Controleer of je een Hr combiketel hebt waarop een zonneboiler kan worden aangesloten. Dit is mogelijk wanneer er op de gaskeur sticker ‘NZ’ staat weergegeven.

Bepaal of je wel ruimte op je dak hebt dat in de volle zon ligt en rond de 3 vierkante meter is. Het liefst op het zuiden gericht met een hellingshoek van 36 graden. Wil je een zonneboilercombi dan is een hellingshoek tussen de 40 en 50 graden het meest optimaal. Indien het dak zuid-west of zuid-oost is georiënteerd kan een zonneboiler ook nog goede rendementen halen.

Houd er rekening mee dat het boilervat een flinke ruimte nodig heeft, het liefst zo dicht mogelijk bij de zonnecollector.

Naast de 3 soorten boilers zijn er ook 3 soorten collectoren.

Vlakke plaat collector

Deze collector heeft wat weg van een zonnepaneel die stroom opwekt alleen is de collector groter en wekt warm water op. Achter de glazen plaat loopt een buizensysteem dat gekoppeld is met het boilervat in huis.

Vacuümcollector (Heatpipes)

Dit systeem bestaat uit een serie van glazen vacuümbuizen vlak naast elkaar. De glazen buizen zijn van dubbelglas met elk een eigen warmte absorber. Het vacuüm tussen het dubbelglas zorgt ervoor dat de warmte goed wordt vastgehouden. Vanwege de ronde buizen is de oriëntatie en hellingshoek iets minder belangrijk dan bij de vlakke plaat collector. Nog een voordeel is dat dit systeem een beter rendement geeft dan de vlakke plaat collector.

Dit komt mede doordat in de winterperiode makkelijker warmte kan worden opgenomen.

Doordat het allemaal losse buizen zijn is het makkelijk om het systeem vooraf goed aan te passen op de warmtevraag. Er kunnen namelijk meer of minder buizen worden gekoppeld (voor plaatsing op het dak). Bij de vlakke plaat collector heb je te maken met een vast formaat. Daarbij komt wel dat de vacuümcollector over het algemeen duurder is.

PVT-collector & PVT-paneel

PVT staat voor Photo Voltaïsch Thermisch. Dat wil zeggen dat dit zowel elektriciteit als warm water geeft. In de glazen plaat zitten zonnecellen voor stroomproductie met direct erachter een buizensysteem voor warm water.

Een PVT-paneel is voornamelijk bedoelt voor optimale opwek van elektriciteit. Het buizensysteem dient in dit geval als koeling voor het paneel waardoor een hoog rendement kan worden gehaald bij de opwek van stroom. Hier wordt dus minder warm water geproduceerd.

Een PVT-collector produceert juist meer warm water dan elektra. Achter het buizensysteem zit een goede isolatielaag waardoor de warmte beter wordt vastgehouden en getransporteerd kan worden naar het boilervat in de woning. Doordat de PVT-collector door de isolatie heter wordt dan een PVT-paneel is de stroomproductie minder efficiënt.

 

Bij zonnecellen voor stroomproductie is het namelijk zo, dat hoe heter het paneel wordt hoe minder efficiënt stroom wordt geproduceerd. Dit betekend echter niet meteen dat er minder stroom wordt geproduceerd dan wanner het paneel koeler is!

Er zijn 3 soorten boilers die gekoppeld kunnen worden met een zonnecollector.

Boiler voor warm tapwater

Dit systeem verwarmd het water voor, waarna het door de Hr-ketel gaat en vervolgens gebruikt kan worden als tapwater in de badkamer en keuken. Het formaat van het systeem is afhankelijk van de gezinssamenstelling en de hoeveelheid warm tapwater dat er gebruikt wordt. Meeste boilers hebben een inhoud van 100 of 200 liter en besparen 10 á 20 %  op het gasverbruik. De Hr-ketel zorgt ervoor dat, indien het water uit de zonneboiler niet warm genoeg is, deze wel de juiste temperatuur krijgt.

Cv-zonneboiler

De Cv-zonneboiler zorgt ook alleen voor warm tapwater en is niet gekoppeld aan het cv verwarmingssysteem in huis. Dit systeem maakt gebruik van een tweede warmtewisselaar vanaf de Hr-ketel door het boilervat. De Hr-ketel zorgt dus voor een continue temperatuur in het boilervat. Er vindt dus geen na-verwarming plaats.

Het voordeel hiervan is dat er op verschillende plekken in huis tegelijk warm tapwater kan worden gebruikt. Het nadeel is dat het boilervat wel groter is dan bij de boiler voor warm tapwater hier boven. Daarnaast kost het ook meer energie om dat grote vat warm te houden.

Zonneboilercombi

Dit is het systeem dat ook gekoppeld kan worden (naast tapwater) aan het verwarmingssysteem van de woning. Meestal worden er dan meerdere collectoren op het dak geplaatst om de grotere warmtevraag aan te kunnen. Deze opstelling is het meest efficiënt omdat meerdere systemen (tapwater en verwarming) bijna continue gebruik maken van de opgewekte warmte. Vloer- en wandverwarming zijn de beste combinaties met dit systeem.

Ook bij dit systeem geldt dat een Hr-ketel, pellet-ketel of warmtepomp bijspringt indien het water in het boilervat niet warm genoeg is.

Een collector op het dak (± 3m²) absorbeert de warmte van de zon.  Door de collector en een boilervat binnenshuis loopt een gesloten buizensysteem. Hierin zit water en een vloeistof (bijvoorbeeld glycol als antivries) dat de warmte goed opneemt in de collector op het dak en weer afgeeft aan het water in het boilervat. De vloeistof wordt continue rondgepompt. Een warmtewisselaar zorgt ervoor dat de warmte wordt afgegeven aan tapwater voor de badkamer of keuken. Ook kan bij een uitgebreid systeem de warmte worden gebruikt bij een verwarmingssysteem.

Een HR-ketel, pellet-ketel of warmtepomp wordt gecombineerd met de zonneboiler omdat deze niet de volledige warmwatervraag kan dekken.

Kijk hier voor alle financiële mogelijkheden of neem voor actuele informatie contact op met het loket via: 085 – 7920158.

Niet alle isolatiebedrijven bieden de mogelijkheid om glas te vervangen. Glas kan ook worden vervangen door schilders. Er moet overigens altijd een schilderbeurt plaatsvinden na plaatsing van het glas.

Doorgaans heb je  geen vergunning nodig. Dit kan wel het geval zijn bij een beschermd stads-of dorpsgezicht. Ook moet je een vergunning aanvragen als je de ramen van een monument aan wilt passen.

Bij een wijziging aan een monument dien je bijna altijd een omgevingsvergunning aan te vragen bij je gemeente.

‘s Nachts en ‘s ochtends kan er condens ontstaan op de buitenkant van het glas. Dat komt doordat triple glas en HR++ glas zo goed isoleert, dat de temperatuur van de buitenruit relatief laag is. De condens is niet gevaarlijk en verdwijnt vanzelf in de loop van de ochtend. Bij triple glas heb je wat meer condens dan bij HR++ glas.

Blijft de glasplaat condens vertonen aan de binnenkant van het glas? Dan is de glasplaat waarschijnlijk lek. De isolatiewaarde is dan lager. Dit is niet te repareren. Om dit op te lossen moet de glasplaat vervangen worden.

Het laten vervangen van alle glasplaten in je woning voor modern HR++ glas kost ongeveer € 3000,- voor een tussenwoning tot ongeveer € 4500,- voor een grotere vrijstaande woning. Hier gaan we uit van dezelfde kozijnen die geen aanpassingen behoeven.

Wil je nieuwe, isolerende kozijnen met tripple glas? Reken dan op een bedrag van ongeveer € 8.400,- voor een tussenwoning tot € 12.500 voor een grotere vrijstaande woning.

Elke woning heeft frisse lucht nodig. Daar kan een ventilatie systeem voor zorgen. Heb je dat niet dan kun je roosters in de ramen overwegen. Ventilatieroosters zijn onderdeel van de glasplaat, doorgaans niet van het kozijn. De roosters brengen frisse lucht de ruimte in. Ondanks dat dit extra stookkosten met zich mee brengt is het erg belangrijk voor je gezondheid.

De isolatiewaarde van glas wordt uitgedrukt in U-waarde. Hoe lager het getal hoe beter de isolatiewaarde. HR++ glas heeft een U-waarde van 1.1 of minder. Tripple glas heeft een U-waarde die kan oplopen tot 0.5.

HR++ glas past niet zomaar in kozijnen die zijn gemaakt voor enkel glas. Soms zijn de kozijnen wel aan te passen. Laat je informeren. HR++ glas past vaak wel in kozijnen waar al oud dubbel glas zit. Tripple glas betekent altijd nieuwe kozijnen.

HR++ glas isoleert beter dan standaard houten kozijnen. Isolerende kozijnen hebben een laag stilstaande lucht of isolatiemateriaal zodat ze niet minder koud zijn dan het glas.

Hr++ glas bestaat uit 2 glasplaten met een vulling van argon of krypton. Tripple glas bestaat uit 3 glasplaten met 2x een vulling van hetzelfde gas.

Enkel glas zou altijd vervangen moet worden als je wilt besparen. Het is ook een grote stap in comfort in huis. Heb je oud dubbel glas? Dan loont het ook de moeite om die te vervangen voor HR++ of tripple glas.

Via de codes die je in de aluminium strip ziet, kun je achterhalen of het om gewoon dubbel glas of om HR++-glas gaat. Vul deze codes in via een zoekmachine op internet en je vindt op de site van de fabrikant meer informatie over het soort glas.

Vind je een datum van vóór 2008 let dan op. Mogelijk staat er HR+ bij. Dit is echter niet te vergelijken met HR+ van nu. In 2008 zijn de regels aangepast. Staat er nergens een code of datum op de afstandshouders? Dan heb je te maken met oud dubbel glas met een isolatiewaarde van 2.8 of minder.

-Doe een check met een aansteker / lucifer. Houd een brandende aansteker of lucifer voor het glas en kijk schuin op het glas. Als het goed is, zie je 4 vlammetjes in het glas gespiegeld. Hebben alle 4 de vlammetjes dezelfde kleur, dan is het vaak oud dubbel glas. Heeft het 2e of 3e vlammetje een iets andere kleur? Dan heb je isolerend glas.

Kijk hier voor alle financiële mogelijkheden of bel voor de meest actuele status met het loket: 085-7920158.

Ja, dit is in sommige gevallen zelfs aan te raden. Wanneer je doel is om een energieneutrale woning te maken ontkom je er al niet aan.

Bij een wijziging aan de gevel dien je altijd een omgevingsvergunning aan te vragen. Dit kan via je gemeente.

Vanwege de grote hoeveelheid aandachtspunten raden we aan telefonisch contact op te nemen met het loket via 085 – 7920158.

Vanwege de grote hoeveelheid aandachtspunten raden we aan telefonisch contact op te nemen met onze helpdesk.

Het is mogelijk dat er vleermuizen in spouwmuren huisvesten. Vleermuizen zijn een beschermde diersoort die niet zomaar gestoord mag worden. Volgens de Wet natuurbescherming zal je een ontheffing bij de provincie moeten aanvragen.

Vooraf zal je echter een onderzoek moeten laten uitvoeren door een deskundige.  De soort vleermuis moet bepaald worden en in welke maanden van het jaar ze in de spouw verblijven. Voordat de spouw gevuld kan worden moet er een nieuwe leefruimte gemaakt worden voor de vleermuizen. Hiervoor zijn speciale vleermuiskasten te koop.

Nee, gelukkig niet. Wat wel kan is dat de woning niet goed geventileerd wordt waardoor condens kan ontstaan met nadelige gevolgen. Hoe beter je gaat isoleren, hoe beter je moet ventileren.

Isolatie, welke vorm dan ook, zorgt voor een luchtdichte(re) woning. Goed ventileren voorkomt vocht- en schimmelvorming maar zorgt ook voor een gezondere binnen lucht. Bij muurisolatie is ventilatie in de woning én onder de woning erg belangrijk.

In huis is een luchtvochtigheid van 40 a 60% goed. Door te isoleren kan dit oplopen naar 60 a 70% en is het aan te raden beter te ventileren, het liefst mechanisch met een warmte- terugwin-systeem.

In de kruipruimte kan bij spouwmuurisolatie of buitengevelisolatie niet meer geventileerd worden via de bestaande ventilatiekanalen. In dat geval zullen er nieuwe ventilatiekanalen moeten worden aangebracht voor de kruipruimte. Het isolatiebedrijf bekijkt hoeveel nieuwe kanalen er nodig zijn en legt deze aan.

Dit is vaak mogelijk maar erg duur. Vaak wordt aan de onderkant van de muur een aantal bakstenen verwijderd en het isolatiemateriaal naar buiten gezogen. Indien nodig wordt eerst het isolatiemateriaal met hoge luchtdruk verbrijzeld in de spouwmuur. Er worden dan nieuwe gaten geboord op bepaalde punten in de spouwmuur. Na verwijderen kan het nieuwe isolatiemateriaal met betere Rd-waarde worden ingespoten.

Spouwmuurisolatie is meestal in een dag geregeld.

Buiten -of binnen gevelisolatie is lastig te voorspellen. Dit is namelijk van veel factoren afhankelijk.

Spouwmuurisolatie

  • Je woning dient een spouwmuur te hebben. De meeste woningen met bouwjaar tussen 1910 en 1975 hebben een (lege) luchtspouw in de buitenmuur. Laat deze altijd vrijblijvend controleren door een gespecialiseerd isolatiebedrijf middels een endoscopisch onderzoek. De spouw moet namelijk breed genoeg (minimaal 3cm) en schoon zijn wat betekend dat er geen vuil of speciebaarden aanwezig mogen zijn.
  • Aan de dikte van de buitenmuur kun je ook al snel zien of er een spouwmuur aanwezig moet zijn. Kijk bij een deurkozijn hoe dik de muur is. Is deze meer dan 24 cm dan heeft je woning waarschijnlijk een spouw.
  • Heeft je woning geglazuurde stenen dan is spouwmuurisolatie niet mogelijk. Kijk dan naar de mogelijkheid voor binnen gevel isolatie.
  • Is de buitengevel geschilderd of gestuct dan is spouwmuurisolatie niet altijd mogelijk. Laat een gespecialiseerd bedrijf controleren of het mogelijk is. Is het niet mogelijk, kijk dan naar de optie van binnen gevel isolatie.

Binnengevel isolatie

  • Vooraf komt een aannemer bij je langs voor een inspectie. Aan de hand van de inspectie en je persoonlijke wensen wordt de offerte opgesteld.
  • Voordat de werkzaamheden plaats vinden moeten alle wanden bereikbaar en leeg zijn. Dit kun je het beste zelf doen.
  • Tijdens de inspectie wordt gekeken of de muren droog zijn en er geen tekenen van vochtdoorslag (schimmelvorming) is. Indien dat het geval is moet dit vooraf worden opgelost om grote vochtproblemen in de toekomst te voorkomen. Daarnaast moeten de muren geen grote scheuren of verzakkingen hebben in de binnenmuur. Kleine (haar) scheurtjes is niet erg.

Buitengevel isolatie

  • Vooraf komt een aannemer bij u langs voor een inspectie. Aan de hand van de inspectie en je persoonlijke wensen wordt de offerte opgesteld.
  • Een omgevingsvergunning voor deze maatregel is nodig en aan te vragen via je gemeente. Tijdens de inspectie wordt dit nader toegelicht.

Kijk hier voor alle financiële mogelijkheden of bel voor de meest actuele status met het loket op: 085-7920158.

Het is mogelijk dat het platte dak verhoogd wordt (afhankelijk van de dikte die het isolatiemateriaal heeft) en dat daar een omgevingsvergunning voor aangevraagd moet worden. In het bestemmingsplaan staat de maximale bebouwingshoogte weergegeven. Hiervoor kun je navraag doen bij de gemeente. Een vergunning is aan te vragen via je gemeente.

Heb je een gezamenlijk plat dak met de buren? In dat geval moet iedereen tegelijk het dak isoleren anders is het niet mogelijk. Voordeel is dat het aanbrengen van isolatie dan wel goedkoper kan worden uitgevoerd.

Denk je erover om zonnepanelen te plaatsen na de dakisolatie? Kies dan voor witte EPDM-dakbedekking. Dat zorgt ervoor dat de zonnepanelen minder warm worden en beter produceren. EPDM gaat daarnaast langer mee dan bitumen. Zonnepanelen liggen al snel 30 jaar op het dak: bitumen moet na 15 jaar worden vervangen.

Via de buitenkant. Vanaf de binnenzijde is het ook mogelijk maar niet aan te raden. De kans op vochtproblemen is namelijk groot. Via de buitenkant isoleren wordt ook wel warm-dak constructie genoemd.

Bij de warm-dak constructie zal de bestaande dakbedekking worden verwijderd. Op het dakbeschot zal dikke damp-remmende folie worden geplaatst. Hierop komen vervolgens de isolatieplaten die in afschot worden geplaatst zodat het een beetje afloopt in verband met afvoer van hemelwater. Afhankelijk van de dikte van het isolatiemateriaal moet de rand verhoogd worden. Vervolgens komt er de bitumen of EPDM-dakbedekking op.

In sommige gevallen wordt ook wel waterbestendig isolatiemateriaal op de bestaande dakbedekking geplaatst met daaroverheen een laag ballast. Dit raden wij echter af omdat de isolerende werking een stuk minder is en de levensduur een stuk korter.

Met dakisolatie van buiten behaal je de beste resultaten. Echter is dit een ingrijpende en kostbare klus. Meestal wordt dit alleen gedaan bij dakrenovaties, dus bij sterk verouderde dakpannen en dakbeschot.

Door van buitenaf het dak te isoleren wordt de dakconstructie anders. De nok zal hoger komen te liggen en dakgoten moeten worden aangepast. Indien het dak aan de buren grenst zal hier een hoogteverschil ontstaan (tenzij de buren ook meedoen). Door de verhoging van de nok ben je waarschijnlijk vergunningplicht. Neem contact op met je gemeente voor meer informatie.

Dakbeschot dient ook bij isolatie van buitenaf kier- en naadvrij te zijn. Indien je kiest voor een andere kleur dakpan moet je ook een omgevingsvergunning aanvragen via bovenstaande link. Tussen het isolatiemateriaal en de tengellatten moet twee centimeter ruimte zitten (spouw).

Controleer de horizontale en verticale balken. Deze moeten in goede staat verkeren, en mogen dus geen houtrot of levende houtworm / boktor bevatten. Daarnaast moet het dakbeschot droog en vrij zijn van houtrot of schimmel. Daarnaast mag het dakbeschot geen grote naden, kieren of gaten bevatten. Mocht dit wel aanwezig zijn dan moet dat eerst worden gedicht.

Het kan voor komen dat er in de dakconstructie een dampdichte laag is aangebracht. Dit kan een folie zijn of een laag purschuim onder de dakpannen. In dat geval moet er klimaatfolie worden aangebracht voordat er isolatie wordt geplaatst. Vochtregulerende klimaatfolie is dampremmend in de winter maar dampopen in de zomer. Dit voorkomt dat het vocht in de winter in de constructie trekt en problemen veroorzaakt.

Er zijn heel veel soorten materialen waarmee je het dak kunt isoleren. Denk hierbij aan PIR-platen, minerale wol, glaswol, vlas-, hennep- of houtwol. Elk materiaal heeft ook een eigen Rd-waarde. Met het ene materiaal heb je een andere dikte nodig dan bij een ander soort materiaal om tot dezelfde isolatiewaarde te komen.

De soort materiaal bepaalt ook de manier waarop je moet werken. Indien je van plan bent het dak zelf te isoleren, is het raadzaam om jezelf goed te laten inlichten voordat je begint, om zo vochtproblemen te voorkomen. Bel onze helpdesk voor advies of vraag een specialist om langs te komen.

Kijk hier voor alle financiële mogelijkheden of bel voor de meest actuele status met het loket op: 085-7920158.

Het aanvragen en beoordelen van offertes

Er zijn flinke prijsverschillen tussen bedrijven, dus prijzen vergelijken loont. Vraag meerdere offertes aan. Zorg dat de bedrijven bij je huis komen voor een inspectie en een offerte op maat. Vergelijk de prijzen en kijk goed naar wat er wel / niet in de offerteprijs is meegenomen. Let bijvoorbeeld op:

  • Een omschrijving van alle werkzaamheden.
  • De geveloppervlakte / oppervlakte van de spouwmuur die geïsoleerd moet worden + een overzichtelijke beschrijving van de toe te passen materialen (hoeveelheid, de Rc-waarde van het dak na de isolatie, en certificering).
  • De totale kosten van de werkzaamheden inclusief eventuele extra kosten.
  • De leveringsvoorwaarden, aansluiting bij een brancheorganisatie en garanties die het bedrijf geeft en voor hoeveel jaar.

Heb je hulp nodig bij het beoordelen van de offerte? Neem dan contact met ons op. We helpen je graag.

Er zijn flinke prijsverschillen tussen bedrijven, dus prijzen vergelijken loont. Vraag meerdere offertes aan. Zorg dat de bedrijven bij je huis komen voor een inspectie en een offerte op maat. Vergelijk de prijzen en kijk goed naar wat er wel / niet in de offerteprijs is meegenomen. Let bijvoorbeeld op:

  • Een omschrijving van alle werkzaamheden.
  • De oppervlakte van het dak dat geïsoleerd moet worden en een overzichtelijke beschrijving van de toe te passen materialen (hoeveelheid, de Rc-waarde van het dak na de isolatie, en certificering).
  • De totale kosten van de werkzaamheden inclusief eventuele extra kosten.
  • De leveringsvoorwaarden, aansluiting bij een brancheorganisatie en garanties die het bedrijf geeft en voor hoeveel jaar.

Heb je hulp nodig bij het beoordelen van de offerte? Neem dan contact met ons op. We helpen je graag.

Vraag meerdere offertes aan. Zorg dat de bedrijven bij je huis komen voor een inspectie en een offerte op maat. Vergelijk de prijzen en kijk goed naar wat er wel / niet in de offerteprijs is meegenomen. Let bijvoorbeeld op:

  • Een omschrijving van alle werkzaamheden.
  • De oppervlakte van de vloer die geïsoleerd moet worden en een overzichtelijke beschrijving van de toe te passen materialen (hoeveelheid, de Rc-waarde van de vloer na de isolatie, en certificering). De Rc-waarde geeft het isolerend vermogen van de hele constructie aan, dus de vloer + het isolatiemateriaal.
  • De totale kosten van de werkzaamheden inclusief eventuele extra kosten.
  • De leveringsvoorwaarden, aansluiting bij een brancheorganisatie en garanties die het bedrijf geeft en voor hoeveel jaar
  • Gebruik de ‘checklist offerte vloerisolatie’ om de juiste vragen te stellen aan een aannemer of isolatiebedrijf. Deze checklist vind je hier.

Bij de betonnen vloeren is bijna elk materiaal toepasbaar.

Bij een houten vloer moet dit goed kunnen blijven ‘ademen’. Daarmee voorkom je vochtproblemen als schimmel en houtrot. Dampdichte materialen moeten hierbij voorkomen worden. Gespoten materialen bij houten vloeren is daarmee dus niet altijd verstandig.

Meestal is de vloer in één dag geïsoleerd.

Isoleren met plaat-isolatie

  • Er moet een kruipruimte zijn met minimale hoogte van 35 tot 50 centimeter
  • De kruipruimte moet puinvrij zijn
  • Het leidingwerk moet niet in de weg zitten voor de platen
  • De kruipruimte mag niet vochtig zijn
  • De platen moeten een dampdoorlatende laag hebben
  • Er moet goede ventilatie in de kruipruimte zijn of gemaakt worden
  • Houten draagbalken mogen niet te vochtig zijn

Isoleren met je gespoten isolatie

  • Er moet een kruipruimte zijn met minimale hoogte van 50 centimeter
  • De kruipruimte moet puinvrij zijn
  • De kruipruimte moet droog zijn
  • Er moet goede ventilatie in de kruipruimte zijn of gemaakt worden

Isoleren met overige soorten isolatie

  • Er moet een kruipruimte zijn met minimale hoogte van 35 tot 50 centimeter
  • De kruipruimte moet puinvrij zijn
  • De kruipruimte moet droog zijn
  • Houten draagbalken mogen niet te vochtig zijn
  • Er moet goede ventilatie in de kruipruimte zijn of gemaakt worden

Rc-waarde

Let op de Rc-waarde die behaald moet worden vanuit het bouwbesluit. Voor de renovatie van de vloer moet je minimaal een Rc behalen van 2,5 m2 K/W.  Heb je vloerverwarming of wil je dat gaan plaatsen is het verstandig om minimaal 3,5 m2 K/W te behalen.

De RC-waarde staat voor Resistance Construction, oftewel de thermische weerstand van een constructiedeel. Hiermee wordt de isolatiewaarde van je vloerdelen plus isolatiemateriaal weergegeven. Hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter de woning geïsoleerd is.

Rd-waarde

De R-waarde of Rd-waarde wordt gebruikt om te bepalen wat het isolatievermogen is per vierkante meter van een materiaallaag. Rd staat voor Resistance Declared (warmteweerstand van een materiaal).

Lambda (λ) waarde

De lambda-waarde (warmtegeleidingscoëfficiënt) geeft de mate van warmtegeleiding van een materiaal weer. Deze waarde geeft aan hoeveel Watt er door een vierkante meter gaat bij een dikte van 1 meter, per graad Kelvin temperatuurverschil tussen beide vlakken.

De lambda-waarde wordt weergegeven in W/mK (Watt/meter in graden Kelvin). Hoe lager de λ-waarde, hoe hoger (en beter) de isolatiewaarde van het materiaal.

 

De meest gebruikte en zeer goed isolerende materialen voor de vloer zijn: polyurethaan (PUR), Ecospray of Jetspray, thermokussens of isolatieplaten. Al deze materialen hebben een zeer goede isolatiewaarde.

Je kunt ook de vloer aan de bovenkant isoleren. Hiermee komt de vloer enkele centimeters omhoog. Houd er rekening mee dat ook deuren, plinten en drempels aangepast moeten worden. De meest ingrijpende optie is om de oude vloer te verwijderen en een geheel nieuwe vloer met isolatie te laten plaatsen. Hierbij kan dan ook gedacht worden aan het toepassen van vloerverwarming.

Ja. Je kunt je vloer isoleren door het weghalen van vloerplanken en de tussenruimte te isoleren. Dit kan een optie zijn als er nauwelijks ruimte is onder de vloer, maar wel voldoende ruimte tussen de vloerbalken. Er kan dan folie op de bodem worden aangebracht en isolatiemateriaal tussen de vloerbalken, aan de onderkant van de vloer. Dit wordt in de praktijk echter weinig gedaan.

Een voorwaarde voor het isoleren van de onderkant van de vloer is dat de kruipruimte toegankelijk is en minimaal 35 cm hoog. Voor gespoten materialen is een minimale hoogte van 50 cm vereist vanuit de Arbo wet. Puin wat mogelijk nog in de kruipruimte ligt moet vooraf verwijderd worden. Het advies is om bij vloerisolatie ook de bodem af te dekken met een damp remmende kunststof PE-folie indien de bodem vocht bevat. Op deze manier blijft het vocht aan de onderkant van de kruipruimte en wordt het isolatiemateriaal minder vochtig en het leidingwerk in goede staat.

Tip: Laat vooraf een inspectie doen van het leidingwerk.

Bomen kappen om zo optimaal gebruik te maken van zonnepanelen is een verkeerde gedachte. De gemeenten zullen dit ook niet toestaan omdat bomen CO2 opnemen en zeer belangrijk zijn om klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast bevorderen bomen de verkoeling van de omgeving, zorgt het voor schonere lucht en maakt het de wijk beter qua woonbeleving. Die voordelen zijn groter dan het beetje extra stroom dat de zonnepanelen meer zouden kunnen opleveren.

Een thuisaccu vult zichzelf voornamelijk met de opgewekte energie van zonnepanelen. Een thuisaccu heeft vaak het formaat van een cv-ketel en hangt in de schuur of kelder. Een thuisaccu kan stroomuitval in het netwerk opvangen of in de avond gebruikt worden. Op die manier kun je in de avond de overdag geproduceerde energie gebruiken zonder verrekening met de energieleverancier.

Voordelen:

  • Eigen zonne-energie opslaan om later te gebruiken
  • Noodstroom voorziening
  • Gedeeltelijk zelfvoorzienend
  • Mindere belasting van het netwerk

Nadelen:

  • Ruimteverlies
  • Financieel nog niet aantrekkelijk/rendabel vanwege de hoge aanschafprijs en salderingsregeling

Helaas niet, tenzij je een thuisaccu hebt in combinatie met een geschikte omvormer. Zodra de elektriciteit in het netwerk uitvalt zal de omvormer automatisch uitschakelen. Hierdoor kan die de opgewekte energie niet omvormen. Zonnepanelen produceren gelijkstroom die de omvormer omzet in wisselstroom. De omvormer zelf heeft echter ook wisselstroom nodig om te functioneren.

Door zonnepanelen te huren heb je geen voorinvestering en betaal je een vast bedrag per maand gedurende 15 jaar. Na die 15 jaar ben je verplicht de panelen over te nemen (of de nieuwe bewoners).

Het voordeel is dat je vooraf geen groot bedrag hoeft uit te geven. Nadeel is alleen dat je per saldo uiteindelijk vele malen duurder uit bent bij huren dan wanneer je de zonnepanelen koopt. Daarbij komt ook nog dat de salderingsregeling wordt afgebouwd.

Financieel gezien is huren dus een stuk minder interessant dan kopen en raden wij dit af.

Indien je de ruimte hebt is dat vaak mogelijk. Wel moet je hiervoor een omgevings-vergunning aanvragen bij je gemeente. Let er op dat indien je een stellage nodig hebt voor de panelen, de aanschafkosten hoger kunnen uitvallen. Soms worden ze ook tegen een aarden wal geplaatst.

Om dit te bepalen heb je de jaarnota van de energieleverancier nodig. Hierop staat hoeveel je in één jaar aan kWh (kilowattuur) hebt gebruikt. Bij het offertegesprek heb je dit overzicht nodig. Afhankelijk van het WP (Watt-Piek) vermogen van het type zonnepaneel wordt het aantal bepaald.

Het is verstandig om rekening te houden met toekomstige wijzigingen in je huishouden. Krijg je kinderen, of gaan ze juist het huis uit? Wil je een nieuwe keuken met inductie, of een elektrische auto? Wil je mogelijk een warmtepomp in de nabije toekomst? Al deze facetten bepalen of je juist meer of minder stroom gaat verbruiken in de toekomst. Externe factoren kunnen ook een rol spelen zoals schaduwvorming op je dak door bijvoorbeeld bomen of de oriëntatie van je dak. Bespreek dit allemaal met de installateur.

Dat kan zeker. Alleen moet de huurder met de verhuurder goede afspraken maken over het eigenaarschap, het gebruik en de verrekening van de kosten en baten.

Eigendom van de verhuurder

In dit geval betaalt de verhuurder en zal er een kleine huurverhoging tegenover staan. Hiertoe heeft de verhuurder het recht indien de woning een beter energielabel behaald. Vooraf moet dan wel een overeenkomst worden getroffen met de huurder. De huurder profiteert van de zonnepanelen door lagere energielasten.

Eigendom van de huurder

De huurder kan ook op eigen kosten zonnepanelen aanschaffen. Hiervoor moet de huurder wel schriftelijk toestemming vragen aan de verhuurder. In dit geval is het belangrijk dat de huurder en verhuurder afspraken maken dat indien de huurder gaat verhuizen de panelen niet meeneemt, maar een vergoeding krijgt voor de restwaarde. Een tweede optie is dat de nieuwe huurders de zonnepanelen over nemen.

Als je eigenaar bent van de woning vallen de zonnepanelen bijna altijd onder de opstalverzekering. Controleer dit altijd even bij je verzekeraar en meld hen sowieso dat je zonnepanelen gaat plaatsen. Bij een huurwoning heeft de huurder geen opstalverzekering maar kunnen ze mogelijk onder de inboedelverzekering worden meeverzekerd.

Westelijke en oostelijke richtingen is prima. Hoe zuidelijker het dak-deel staat, hoe hoger de opbrengst. Alleen zonnepanelen op een noordelijk en noord-oostelijk dak leggen heeft weinig nut.

Vaak worden er oost-west opstellingen geplaatst in de nok van het dak die een goed rendement geven.

Micro-omvormer

De meeste systemen worden aangesloten op één enkele omvormer. Wanneer je kiest voor micro-omvormers dan komt er achter elk paneel op het dak eentje te hangen. Hierdoor is er geen centrale omvormer meer nodig in de woning en worden de panelen parallel (individueel) geschakeld. De kosten liggen behoorlijk hoger dan bij één centrale omvormer. Voordeel is dat elk paneel apart gemonitord kan worden, de maximale opbrengst geeft en schaduwwerking minder invloed heeft op het hele systeem.

Power-optimizer

Ook nu komt er achter elk paneel een kastje te hangen die zorgt voor een parallel (individueel) geschakeld systeem. In de woning komt dan een speciale omvormer. Net als bij de micro-omvormers zorgt dit ervoor dat de panelen apart gemonitord kunnen worden en afzonderlijk optimaal presteren.

Selective deployment optimizers

Bij deze optimizers is het mogelijk om een groep panelen of juist één enkel paneel, die van negatieve invloed kan zijn op de rest van het systeem, te voorzien van optimizer(s). Dit kan kosten schelen, omdat niet elk paneel een optimizer hoeft te hebben. Bijvoorbeeld wanneer 1 of 2 panelen deels in de schaduw staan door een schoorsteen of pijp.

In verband met de aflopende salderingsregeling heb je een meter nodig die verbruik en opbrengst op twee verschillende tellers kan bijhouden (verplicht per 1-1-2023). Vervangen van de meter kan gratis worden gedaan door de netwerkbeheerder.

Meestal worden de panelen op een aparte groep geplaatst in de meterkast. Echter kan het ook op de groep van de wasmachine of droger. Wanneer de wasmachine en droger op zolder staan (op een aparte groep zonder andere apparatuur) kan een PV-verdeler worden gebruikt. In dat geval hoeft er geen aparte groep worden aangemaakt in de meterkast. Vraag de installateur naar de mogelijkheden.

In de meeste gevallen is dat niet mogelijk op het bestaande systeem. De omvormer(s) is specifiek afgestemd voor het opgestelde vermogen. Je kunt wel een volledig nieuwe, tweede installatie laten plaatsen naast het andere systeem.

Alle zonnepanelen hebben een speciale coating waardoor stof en vuil redelijk makkelijk van de panelen spoelt bij een regenbui. Afhankelijk van de situatie (bijvoorbeeld in de buurt van bomen) kan het nuttig zijn om de panelen een aantal keer per jaar schoon te maken. Een installateur kan hierover bij de inspectie ook adviseren. Sommige glazenwassers hebben hier al speciale apparatuur voor.

De meest gangbare (betaalbare) panelen zijn:

  • Monokristalijn
  • Polykristalijn
  • Dunne film
  • PVT (Photo Voltaic Thermic)

Monokristalijne panelen

Zijn te herkennen aan de zwarte kleur. Dit zijn de meest populaire panelen. De productiekosten liggen iets hoger waardoor de aanschafprijs ook iets duurder is t.o.v. polykristalijne panelen.

De panelen produceren het beste met direct zonlicht en hebben een lange levensduur met minimaal onderhoud (schoonmaken ed.). Wanneer ze geleverd worden als all black/full black monokristalijne panelen, dan heeft het paneel een zwarte backsheet en omlijsting wat de donkere uitstraling geeft.

Polykristalijne panelen

Zijn te herkennen aan de licht blauwe cellen met vaak de zilver aluminium omlijsting. De cellen zijn gemaakt van geherstructureerd silicium waardoor de cellen een ‘bevroren’ uitstraling hebben. Het rendement van deze panelen is iets lager dan bij de monokristalijne panelen. Daartegenover staat dat ook de productiekosten en aanschafprijs iets lager zijn. Ook deze panelen hebben een lange levensduur en weinig onderhoud nodig.

Dunne film panelen

Hebben een diepzwarte en egale kleur wat het esthetisch aantrekkelijk maakt en zijn wat flexibel. De panelen zijn kleiner dan de andere panelen en wekken ook iets minder stroom op. Hier staat tegenover dat ze in de minder goede lichtomstandigheden beter werken.

In aanschaf zijn deze panelen goedkoper. Levensduur is korter dan de andere soorten. Er zijn twee soorten dunne film panelen:

  • CIGS (Coper Indium Gallium Selenide)
  • CIS ( Coper Indium Selenide).

CIS panelen zijn vanuit milieu oogpunt milieuvriendelijker. Bij CIGS panelen worden namelijk giftig Cadmiumsulfide gebruikt.

PVT panelen

Vrij nieuw op de markt en is een zonnepaneel en zonneboiler in één. De panelen leveren dus elektriciteit en warm water waardoor ze erg efficiënt werken. Ideaal voor mensen met een klein dak waar ze zowel elektra als warm (tap)water willen opwekken. Zeker bij energieneutrale- of nul op de meter woningen is een dergelijk systeem nuttig om ook veel warm tapwater op te wekken. Dit kan dan ter ondersteuning van een warmtepomp fungeren. Qua prijs zijn deze panelen wel erg duur. Bij veel ruimte op het dak is dit systeem dan ook (nog) niet interessant. Daarnaast is de combinatie van zonnepanelen en een los zonneboilersysteem energie technisch net wat beter dan PVT.

Heb je geen mogelijk om zonnepanelen te plaatsen? Dan is er nog steeds de mogelijkheid om zonne-energie op te wekken. Dit kan via een energiecoöperatie of Postcoderoos-initiatief bij jou in de buurt. Deze initiatieven plaatsen zonnepanelen in zonneparken en op schuren van agrarische bedrijven. Kijk op internet of er bij jou in de buurt een postcoderoos-initiatief beschikbaar is. Of neem contact op met de Energiewerkplaats Drenthe via 0592 – 311150.

 

De levensduur van zonnepanelen ligt  gemiddeld boven de 25 jaar. En van de nieuwste panelen wordt verwacht dat meer dan 40 jaar meekunnen. De panelen verliezen door de jaren heen wel een deel van hun productievermogen, maar dat is zeer beperkt.

Het is beter om geen zonnepanelen te plaatsen op plekken waar schaduw valt. Als dit toch onvermijdelijk is, kun je het best kiezen voor micro-omvormers: elk paneel krijgt zijn eigen omvormer om het systeem optimaal te laten presteren.

Zonnepanelen produceren elektriciteit. Elektriciteit neemt altijd de kortste route waardoor apparatuur die aanstaat als eerste de stroom krijgt. Opgewekte elektriciteit die niet gebruikt wordt zal automatisch via de meter aan het openbare netwerk worden terug geleverd. De meter houdt dat bij. Terug levering wordt salderen genoemd. De elektriciteitsmeter houd bij hoeveel er in één jaar wordt terug geleverd aan je energiemaatschappij. De energiemaatschappij zal dit verrekenen op de eindafrekening (energienota).

Tot 1 januari 2023 wordt dit 1 op 1 tegen elkaar weggestreept. Na die datum zal echter elk jaar 9% worden afgebouwd tot 2031.

Rekenvoorbeeld salderen

Stel dat je op jaarbasis 2500 kWh verbruikt en 2000 kWh terug levert aan de energiemaatschappij, dan zal die dit met elkaar verrekenen in de jaarnota en betaal je alleen nog maar de overgebleven 500 kWh. De besparing per jaar zal dus 2000 kWh x € 0.22 = € 440 zijn.

Stel dat je op jaarbasis 2500 kWh opwekt en maar 2000 kWh verbruikt is er sprake van overproductie. Voor de 500 kWh die je meer opwekt dan je gebruikt mag de energiemaatschappij zelf bepalen wat voor vergoeding ze geven. Bij een ‘groene’ energiemaatschappij kan dat tussen de € 0,10 en € 0,14 per kWh zijn.

Dit is de reden waarom het vooraf belangrijk is om uit te zoeken hoeveel zonnepanelen je nodig hebt. Hierbij kan de installateur ondersteuning bieden.

Na 1 januari 2023 zal echter elk jaar 9% van de saldering worden afgehaald. Gelukkig blijven zonnepanelen, zelfs met deze afbouw, een slimme investering!

Als je als particulier zonnepanelen koopt, kun je de btw op aanschaf en installatie (21 procent) terugvragen van de Belastingdienst. Bij een pakket van 10 zonnepanelen (3.000 wattpiek) voor 4.700 euro levert dit 760 euro op. De installateur kan dit voor je regelen.

Als er ruimte zit tussen de bestaande isolatie en de buitenste muur, dan kan dat. Echter alleen na grondige inspectie door een gecertificeerd bedrijf. En let op: na-isoleren is ongeveer net zo duur als het isoleren van een niet geïsoleerde muur, daarom is na isolatie minder snel terugverdiend.

Spouwmuurisolatie is interessant voor woningen die tussen 1920 en 1975 zijn gebouwd; die hebben bij de bouw wel een spouw maar geen isolatie meegekregen. Isolatie ontbreekt soms ook bij woningen die tussen 1975 en 1982 zijn gebouwen met een bouwvergunning van voor 1975. In woningen gebouwd na 1975 is over het algemeen spouwisolatie aanwezig.

De spouw moet eerst gecontroleerd worden of hij schoon droog en breed genoeg is. Het isolatiebedrijf moet dat vooraf controleren. Een spouw kan meestal niet geïsoleerd worden als de buitengevel geschilderd is.

Over het algemeen wel, soms moet het kozijn wat aangepast worden. Met name bij de
draaiende delen (openslaande ramen) moet gecheckt worden of het kozijn en de scharnieren het
dubbele glas kunnen dragen. De glasleverancier let hier altijd op.

PUR is een chemisch product. Als je het aanbrengt, komen er gassen vrij. Het is belangrijk dat je isolatie met PUR altijd laat aanbrengen door een expert. Verder moet je na het aanbrengen van PUR goed blijven ventileren.

Nee, je moet wel een spouwmuur hebben.