Nieuwe regeling zonnepanelen levert minder geld op

1 april 2020

De nieuwe salderingsregeling voor zonnepanelen leidt tot een kleiner financieel rendement voor de burger, maar de aanschaf van zonnepanelen blijft een aantrekkelijke investering. Dat meldt de voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal op basis van een doorrekening van de nieuwe regeling. Minister Wiebes maakte de details daarvan afgelopen maandag.

4 procent rendement

Een set van tien zonnepanelen kost op dit moment ongeveer 4000 euro. Onder de oude salderingsregeling verdient iemand na 25 jaar (de levensduur van de panelen) volgens Milieu Centraal 16.400 euro. Als je dat vergelijkt met een spaarrekening, gaat het om een rendement van 5,8 procent. Wie vanaf nu zo’n set koopt, verdient volgens de nieuwe regeling uiteindelijk 10.500 euro. Dit is te vergelijken met het rendement van 4 procent op een spaarrekening.

Na 2023 wordt de regeling teruggebouwd

De oude salderingsregeling houdt in dat de stroom die mensen aan het elektriciteitsnet leveren, weggestreept mag worden tegen de stroom die ze van het net afnemen. Daarbij betaalt de consument evenveel voor de stroom die hij gebruikt, als hij verdient met de levering van zonnestroom (op dit moment ongeveer 22 cent per kilowattuur).

Deze gunstige regeling wordt na 2023 stapsgewijs afgebouwd, en stopt in 2031 helemaal. Daarna krijgt de consument een lagere vergoeding voor de stroom die aan het net wordt geleverd. Nu al krijgen eigenaren van zonnepanelen een lagere vergoeding, als ze meer stroom opwekken dan ze in totaliteit zelf gebruiken.

Terugverdientijd veranderd

Met de nieuwe regeling verandert ook de zogenoemde terugverdientijd. Op dit moment hebben kopers hun zonnepanelen na ongeveer zeven jaar terugverdiend. Uit onderzoek door TNO blijkt dat dat door de nieuwe regeling uiteindelijk negen jaar wordt. Zonder de nieuwe regeling zou dit op termijn volgens minister Wiebes minder dan vijf jaar worden. Maar volgens hem zou dit een “hogere stimulering dan nodig” zijn. Nu “pakt de energietransitie voor de belastingbetaler niet duurder uit dan nodig”, aldus de minister.

Bron: NOS